Nieuws

Terug naar overzicht

Chulugi opreis - Calamiteiten tussen de Eilanden

Datum: 22-02-2010 - Bron: Chulugi

donderdag 11 oktober 2001- La Palma - Gomera

Vooral door de oncomfortabele manier van afmeren en de schade die we hierbij dreigen op te lopen, steken we al na 4 dagen van wal en verlaten La Palma. De landvasten beginnen ernstige schavielplekken op te lopen en we zijn een stootwil verloren die met veel geweld van de reling is getrokken.

Gomera ligt 43 mijl naar het zuidoosten. Een dagtocht dus.

Chulugi op een oorEen streep door de rekening. Er staat een hoge deining en weinig tot geen wind. We starten dus de motor. Slechts een paar uur en dan zijn we er. Maar helaas, ik heb wel vaker een misrekening gemaakt. Volgens zeggen is vrijdag niet de juiste dag om te vertrekken en moet je nooit te snel vooruit rekenen als het om zeiltochten gaat.

Het is ongeveer 3 uur in de middag. Marleen is binnen een broodje aan het smeren en zet zich schrap tegen het hevig slingeren van het schip. Ik zit me buiten te ergeren over het uitblijven van de wind. Zelfs de acceleratiezone (waar het eigenlijk altijd moet waaien) brengt daar geen verandering in. Dan een harde klap tegen het onderwaterschip van Chulugi, even niets en dan een hevig geratel onder water. In een reflex zet ik het toerental op nul.

Stil ... de motor gaat uit !

De motor gaat uit. Complete stilte. Marleen steekt haar hoofd wat ongelovig uit het kajuitluit en zegt al half begrijpend wat er aan de hand is, “nee hè, toch niet weer?!! Ik ga compleet uit mijn dak. Ik kijk naar de hoge, plotseling te agressieve deining en roep uit de grond van mijn hart, “ Marleen ik begin er zo langzamerhand goed vervelend van te worden” Kan ik hier nou niet een uurtje de motor aan hebben zonder onmiddellijk weer in de rotzooi van een ander te moeten varen. Wat hebben we nu weer aan de schroef hangen”

Zonder veel te zeggen grijp ik opnieuw mijn vlak voor deze reis aangeschafte snorkelset (wat zijn geld op deze manier aardig begint op te brengen) en gooi geïrriteerd de zwemtrap eruit. Water aan mijn blote voeten en plotseling tot aan mijn middel. Ik schrik van het effect en wil eigenlijk weer aan dek klimmen maar in plaats daarvan steek ik mijn hoofd onder water. Een tros met een zwaar aangegroeide stootwil om de schroef. O.k, we zijn we in La Palma een stootwil verloren maar zo hoef ik hem echt niet terug te hebben.
Na nog een paar maal vanaf de zwemtrap te hebben gekeken, schat ik in dat het met een scherp mes zou moeten lukken om de schroef weer vrij te maken.
Marleen staat doodsangsten uit maar begrijpt dat er iets zal moeten gebeuren. Ik hijs me in een zeilharnas en geef Marleen de seinlijn in handen.Met een scherp mes ga ik vanaf de midscheeps te water en vraag Marleen de lijn niet teveel loos te geven.

Ik ben als de dood dat hij dan ergens achter blijft haken. Ik moet dan altijd weer denken aan mijn duikopleiding in Den Oever waar ik op 20 meter in de donkere diepte het mes eens heb moeten gebruiken om mezelf te bevrijden omdat de lijn om de ballast was gedraaid. Marleen staat midscheeps en ik laat me als een  piraat met het mes in de aanslag van de zwemtrap zakken.
Zo snel als mogelijk is trek ik me onder de boot en grijp de lus om de schroef. De kracht door het bewegen van de boot is echter zo groot dat ik losschiet en met een beschadigde hand weer boven water kom. Daar heb ik echter even geen aandacht voor.  Ik duik opnieuw, grijp de lus en begin als een gek te snijden.

Terug naar boven. Nieuwe poging.  Met veel kracht trek ik me naar de lus toe en net als ik wil snijden breekt de boel los.

Vrij!!
Meteen een nieuwe duik om het boeltje te inspecteren en het blijkt er zo te zien onbeschadigd bij te hangen. Ik klim aan dek en kijk Marleen aan die nog blijer lijkt te zijn dan ik. “In Las  Palmas meteen een duiksetje kopen” claimt ze. 

Gomera

Gomera oerwoud in EuropaGomera is zomogelijk nog mooier dan La Palma en heeft ons in die zin diep geraakt.

Het is een relatief klein eiland met een nagenoeg ronde vorm. Er zijn drie hoofdwegen die het eiland kriskras doorkruisen. In anderhalf uur rijd je van de ene naar de andere kant. Met de bus wel te verstaan; en behoorlijk spectaculair. Harde, steile ravijnen en smalle wegen. Wel goed onderhouden en in spiksplinternieuwe bussen met het comfort van een touringcar. Het is de meest efficiënte manier om het eiland te bekijken en er valt enorm veel te zien.

Het is supergroen. De “top” van het eiland op het hoogste punt in een straal van ongeveer 30 kilometer bestaat uit een nationaal park. Volgens zeggen is dat het laatste oerwoud van Europa. Je kan er met de bus naartoe en we hebben er uren gewandeld (klimmen, klauteren en kruipen) in een fantastische atmosfeer.

De haven is een moderne marina maar net nog klein genoeg om een eigen gezellige uitstraling te hebben. Het bedienend personeel is vriendelijk en behulpzaam.

We krijgen contact met Theo, een zeiler die er nooit meer is weggegaan en wij begrijpen dat. Een uitdagend en inspirerend zeilgebied waar je het hele jaar gebruik van kan maken op 4 uur vliegen van huis. Een beschutte en veilige haven in een dorpse sfeer waar je al snel een van de “locals” dreigt te worden en je thuis voelt.

Weer een plek waar we eigelijk zomaar een jaar zouden willen blijven.

Een spook waard rond

Naast alle superlatieven is er altijd een keerzijde. Achteraf blijkt het een toevalligheid te zijn dat we in deze haven een ligplaats hebben gevonden.

Sterker nog, een unicum!

“Hebben jullie het dan nog niet gehoord?” Alle havens op de eilanden Tenerife, Gomera, en Gran Canaria zijn propvol. De A.R.C. hè. Een vloot van tweehonderd jachten is zich op de eilanden aan het verzamelen voor een Atlantische oversteek en in combinatie met het seizoen geeft dat een enorme druk op de beschikbare ligplaatsen”

Ik haal mijn schouders op. Zal wel loslopen. Wat onze volgende bestemming dan is!

“Over een dag of tien naar Puerto de Mogan op Gran Canaria” antwoorden wij, omdat o.a. mijn moeder daar een weekje naartoe komt. “Onmogelijk” is de resolute reactie. “Al maanden volgeboekt”

Nog wat ongelovig blijf ik de mening toegedaan dat er altijd wel en gaatje is maar Marleen ziet gedachten mijn moeder van 80 jaar al in een bijbootje over een bewegelijke ankerplaats via de zwemtrap omhoog moeten klauteren.

“Oké, ik bel wel even” De zee in brand steken lijkt eenvoudiger.

We bellen, laten bellen, informeren en discussiëren maar er is geen plaats in de herberg. De afspraak met mijn moeder is natuurlijk niet terug te draaien en blijkt een behoorlijk probleem te worden. Niet alleen in Puerto de Mogan, maar nergens kunnen we terecht. Het gaat ons prettige verblijf in Gomera overschaduwen.

De tijd gaat dringen, het is nog een afstand van 85 mijl en ten einde raad zoeken we op advies van Theo contact met de havenmeester.

“Maak ze belangrijk”, was zijn advies. Vraag om hulp. En zowaar.

De havenmeester van Gomera voelt zich aangesproken (Big Mamma, Big problema) en belt. Hij vindt een gaatje voor drie dagen.

“Binnen is binnen” reageer ik naar Marleen. Probleem voorlopig opgelost.

De droge reactie van Theo achteraf is: “ook hier gelden de drie C’s”

Op mijn vragende blik reageert hij, “Connecties, Contanten, en Corruptie”

Na 10 dagen nemen we enigszins met pijn afscheid van het prachtige Gomera, met zijn gezellige haven en de prettige contacten en zetten een koers uit naar Gran Canaria.

Wordt vervolgd

Marleen en Tejo

La Palm - Gomera  canary islands

 

 

 

 

 

Uw advertentie hier?