Chulugi op reis: Kaapverdische Eilanden: Never a dull moment
Datum: 22-04-2010 - Bron: Chulugi
Maandag 24 december 2001 deel 1
De pick-up, een snelle auto met een open bak heeft ons zojuist van de straat opgepikt. Voor ik naast Marleen plaatsneem op de houten banken in de bak, roep ik nog even vragend door het portiersraam, cinquenta? Een bevestigend “si” betekent dat we weer een ritje voor 2 x 50 escudo’s (2 gulden) naar Espargos te pakken hebben. Veel goedkoper dan de taxi’s. De wind blaast tijdens zo’n rit wel alles van je kop wat niet vastzit. Bril, pet, en eventueel pruik of gebit wordt van je kanis geschud. Zelfs mijn nieuwe vullingen krijgen het zwaar te verduren. Maar het is een ervaring van je leven.
Een mini-expeditie in het zwarte Afrika.
Na 10 minuten stap je uit, betaald de chauffeur en staat weer op een andere plek “in the middle of nowhere” Het eiland Sal op de Kaap Verden heeft een onaantrekkelijke aanblik. Het is kaal, arm desolaat, en vlak. De temperatuur van 28 graden gaat s’nachts nauwelijks omlaag.
De noordoostpassaat waait dagelijks stevig over de ankerplaats en trekt maar aan ons bootje alsof het de bedoeling is om ons zo snel mogelijk naar de overkant van de oceaan te jagen. Maar daar gaan we nog niet op in. Want hoe weinig het hier ook lijkt te bieden, wij hebben in de veertien dagen die we hier al liggen ontdekt hoe harmonieus, open en vriendelijk de bevolking is en het welkomstgehalte voelt nog warmer aan dan de tropenwind.
En ook hier nemen we de tijd. De oceaan kan wachten. We hebben er vanaf de Canarische Eilanden nog geen 5 dagen over gedaan. Snel vonden wij. Vanaf het vertrek zaterdag 14.30uur werden we bijna onmiddellijk gegrepen door de heersende noordoosten wind, en met kracht naar het zuiden geblazen. Met iedere mijl die je aflegt realiseer je je dat er na dit traject geen weg meer terug is; althans, niet langs deze kant van de oceaan. De betekenis van dit traject houd dus tevens in, dat je impliciet kiest voor de grote oversteek.
En het waaide hard. Constant tussen de 20 en 35 knopen schijnbare wind over het dek. Daar moet de vaart die het schip maakt (tussen de 7 en 9 knopen) nog bij opgeteld worden. Ook weten we nu pas echt wat een squall met veel wind inhoudt. Tijdens een van die buien zagen wij vanachter het afgesloten bruggendek de windmeter tot 60 knopen oplopen. Het uitgeboomde dubbel gereefd grootzeil in combinatie met de half weggedraaide kluiver was teveel maar toch wist de Hydrovane windstuurinrichting het schip op koers te houden.
Marleen die binnen was heeft er eigenlijk nog weinig van gemerkt. Een 24-uur record werd gebroken en kwam te staan op 190!! Mijl. Het waren zeilcondities zoals het in de boeken staat. Helaas weinig tot geen zon. De twee grote zonnepanelen aan dek stonden er tijdens het stroomdraaien met de motor haast belachelijk bij. Toch die windmolen dan maar aanschaffen?
Onderweg hebben we contact met de New Life een Nederlands jacht wat vlak voor ons uit Mogan vertrok. Zo te zeilen in die grauwe wilde massa, altijd weer een morele opkikker. Donderdag rond 10.30uur varen we na 820 zeemijl de ankerplaats van Sal op, het meest noordelijk gelegen eiland van de Kaapverdische archipel en vinden goede beschutting in de diepe baai van Pameira. Tijdens het ankeren vinden we een vliegende vis op het voordek die zich te laat realiseerde dat zwemmen beter voor zijn gezondheid is dan zeilen.
Met de bijboot naar de wal en een eerste kennismaking met de zo op het eerste gezicht arme bevolking. We nemen een taxi naar het vliegveld om in te klaren en zien tijdens de rit hoe desolaat het vlakke land erbij ligt. Dat is na het rijke Gran Canaria even omschakelen. De volgende morgen moeten we water tanken en gaan met 15 verzamelde jerrycans van het in de supermarkt gekochte drinkwater, naar de kant. Daar blijkt opnieuw hoe behulpzaam het volkje is en dat je als gast wordt behandeld. Ons wordt de weg gewezen naar de gezamenlijke watertapplaats (waterleidingen kennen ze hier niet) en sluiten met onze kannen achter in de lange rij aan.
De waterwagen is zojuist aangekomen en wordt op de tap-plaats aangesloten waardoor er nu op 5 plaatsen uit de muur water loopt. Dit gaat een stief kwartiertje duren!
Maar dan wordt er ingegrepen. De “waterregelaar” , een donkerzwarte vrouw met muntjes, bonnetjes en harde stem, stuurt iedereen aan de kant en wij mogen voor. Getroffen door verlegenheid schuifelen we wat met onze handel naar voren maar dat gaat te langzaam. Oppakken die kannen en tappen!! Onmiddellijk springen een aantal jongen bruine knapen bij, en vullen onze jerrycans. Ik sta al met mijn portemonnee klaar maar daar gaat het absoluut niet om. Vriendelijk wordt de fooi afgehouden en bedankt. Hoe krijg je nou 15 jerrycans van 8 liter naar de bijboot gesleept. Nou heel simpel; met een kruiwagen en ook dat wordt voor ons geregeld.
Een goed uur later zijn we met de hele vracht weer aan boord. En we leren nog veel meer die weken. Op zaterdagavond eet een ieder op straat geroosterd vlees, vis en wat dies meer zij. Plaatselijke groepjes spelen Kaap Verdiaanse muziek. Wij laten ons dankbaar rondleiden door Sofia en Ed, een ander zeilersduo waar we eerder kennis mee hebben gemaakt. Zij zijn hier al langere tijd en introduceren ons op de meest leuke plekjes waar we telken weer opnieuw met handen en zoenen hartelijk welkom worden geheten. Overal wordt uiteraard netjes afgerekend maar het gaat absoluut niet om geld en veel meer om het sociale contact.
Na 14 dagen nemen we her en der afscheid en vertrekken naar het 25 mijl zuidelijker gelegen Boa Vista . Sofia en Ed komen ook weer die kant op want er moeten nog enige kunstwerkjes afgeleverd worden die Ed in opdracht heeft gemaakt. Zo trachten zij beiden de scheepskas te vullen en in hun levensonderhoud te voorzien. Ze bestaan dus nog, de echte zeezwervers.
Wordt vervolgd






















